Strafrecht Rotterdam

In het strafrecht wordt beoordeeld of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en voor dit feit moet worden gestraft. Hierbij gaat het om de bestraffing en niet om eventuele vergoedingen, dat wordt behandeld in het aansprakelijkheidsrecht. Een stelregel bij het strafrecht is dat de verdachte onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Strafbare feiten wordt onderverdeeld in twee soorten. Hierbij gaat het om overtredingen en misdrijven. Een overtreding is een licht strafbaar feit, zoals door rood rijden of wildplassen. Misdrijven zijn ook strafbare feiten, maar over het algemeen veel ernstiger dan overtredingen. Voorbeelden van misdrijven zijn fraude, mishandeling en seksueel misbruik. Strafrecht Rotterdam.

Onderscheid in misdrijven

Er zijn veel verschillende misdrijven, waarin onderscheid wordt gemaakt. Er zijn vier soorten misdrijven, namelijk opzetdelicten, schulddelicten, klachtdelicten en een definitief strafbaar feit. Bij opzetdelicten is, zoals de naam al aangeeft, sprake van opzet. Bij schulddelicten is er onzorgvuldig, nonchalant of laakbaar gehandeld. Er is dus geen opzet, maar wel schuld. Bij klachtdelicten is het niet het Openbaar Ministerie wat heeft besloten te vervolgen. Er is aangifte gedaan met het verzoek te vervolgen. Een definitief strafbaar feit betekent dat iemand iets gedaan heeft wat in strijd is met het recht en waarbij de dader schuldig is aan dit feit.

Verschillende soorten strafrechters

In het strafrecht zijn er verschillende soorten rechters met elk hun eigen specialiteit. Voor minderjarigen is er de kinderrechter die de zaken behandelt. Voor volwassenen zijn er meerdere strafrechters, zoals de kantonrechter, de politierechter, de economische politierechter, de economische kamer en de meervoudige strafkamer. Voor welke rechter een zaak verschijnt, hangt af van de aard van het strafbare feit, de leeftijd van de verdachte en het soort procedure.

Alle strafzaken waarvoor maximaal twaalf maanden gevangenisstraf zal worden geëist komen voor de politierechter. Dit is een alleensprekende rechter. De zittingen zijn openbaar en aan het eind van de zitting wordt meestal gelijk een mondelinge uitspraak gedaan. Zwaardere misdrijven waarvoor meer dan twaalf maanden gevangenisstraf wordt geëist komen voor de rechters in een meervoudige strafkamer. De meervoudige strafkamer bestaat uit drie rechters. Bij meerderjarige verdachte(n) zijn de zittingen van de meervoudige strafkamer openbaar. Deze uitspraken volgen veertien dagen na de strafzaak en worden schriftelijk gedaan.

Materieel en formeel strafrecht

Strafrecht is daarbij ook onderverdeeld in materieel strafrecht en formeel strafrecht, ook wel strafprocesrecht. Het materiële strafrecht bepaalt wat wel en niet strafbaar is. Hierin staan bijvoorbeeld de overtredingen en misdrijven beschreven. Alle strafbare feiten die je in Nederland kan plegen staan beschreven in wetten. Zo zijn er het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de Wegenverkeerswet.

Het formeel strafrecht, ook wel strafprocesrecht genoemd, geeft aan welke procedure er gevolgd moet worden als iemand het materiële strafrecht heeft overtreden. Bij het formeel strafrecht neemt het Wetboek van Strafvordering een centrale plaats in.

Mogelijke uitspraken in het strafrecht

In een strafzaak kunnen er verschillende beslissingen worden genomen. In de wet staat bij elk strafbaar feit welke straf maximaal kan worden opgelegd. Een gedachte wordt vrijgesproken als er niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. De verdachte kan ook worden ontslagen van rechtsvervolging. Dit is het geval als het tenlastegelegde feit wel is bewezen, maar het is niet strafbaar of de verdachte is niet strafbaar. Bijvoorbeeld omdat hij uit noodweer heeft gehandeld of ontoerekeningsvatbaar is.

Is iemand wel schuldig en moet hij daarvoor worden gestraft, zijn er verschillende straffen. Dit kunnen een gevangenisstraf of een geldboete zijn. Ook het opleggen van een taakstraf hoort tot de mogelijkheden. Een rechter kan ook beslissen dat iemand wel schuldig is, maar geen straf verdient. Bij een onvoorwaardelijke straf moet iemand zijn straf direct ondergaan. Bij een voorwaardelijke straf hoeft dit alleen als de veroordeelde binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit begaat. De situatie wordt dan opnieuw beoordeeld.

Neem vandaag nog contact op met Strafrecht Rotterdam. Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Strafrecht Rotterdam

Neem Direct contact op